STW.nl
Om bilaterale samenwerking tussen Vlaamse en Nederlandse onderzoekers te stimuleren, zijn STW en IWT een pilot gestart voor bilaterale projecten. Het doe...
Als een donororgaan beschikbaar komt, moet die bliksemsnel naar de ontvanger om weefselschade te voorkomen. Dat lukt niet altijd, waardoor veel organen onbruikbaar raken. Met apparatuur van het Groningse bedrijf Organ Assist kunnen artsen donororganen nieuw leven inblazen. Wat begon als STW-project redt nu jaarlijks tientallen levens. (Lees dit artikel in pdf-formaat.) Arjen van der Plaats (links) en Martin Kuizenga. Foto: Pepijn van den BroekeGetuige zijn van een orgaantransplantatie blijft een unieke ervaring, vertelt Martin Kuizenga, client service manager van het Groningse bedrijf Organ Assist. Hij begeleidt ziekenhuizen als ze de apparatuur van Organ Assist in gebruik nemen. ‘Ik ben meestal aanwezig bij de eerste toepassing in de operatiekamer. Het is altijd weer bijzonder om te zien hoe een orgaan wordt aangesloten op de bloedsomloop en weer doorbloed raakt.’Wat de transplantaties die Kuizenga bijwoont nog specialer maakt, is dat ze worden uitgevoerd met donororganen die normaal gesproken zouden zijn afgekeurd en vernietigd. Als er namelijk te veel tijd zit tussen het uitnemen van een donororgaan en de transplantatie kan het te riskant zijn om het orgaan nog te gebruiken. De kans op afstoting of uitval van het orgaan is dan te groot.RevitaliserenDankzij de apparaten van Organ Assist zijn de organen te ‘revitaliseren’, zodat ze alsnog geschikt zijn voor transplantatie. De apparaten pompen een warme, op bloed lijkende vloeistof door de bloedvaten van de organen. Op basis van dat principe, genaamd perfusie, heeft Organ Assist systemen op de markt gebracht voor het revitaliseren van de lever, longen en nieren, plus een systeem dat wordt gebruikt bij het uitnemen van organen bij de donor.Kuizenga’s collega Arjan van der Plaats, hoofd R&D van Organ Assist, is eveneens regelmatig in de operatiekamer te vinden. De operatie die hem vooral bijblijft, is een longtransplantatie in het Groningse UMCG, waarbij voor het eerst het longapparaat van Organ Assist werd toegepast. Van der Plaats: ‘We hadden al in experimenten laten zien dat we de kwaliteit van transplantatielongen fors kunnen verbeteren. En ook al weet je dat de technologie werkt, dan nog is de eerste keer bij een patiënt extra spannend. Want als een patiënt echt een nieuwe long nodig heeft, is de situatie levensbedreigend.’Het longapparaat, genaamd Lung Assist, werkt niet alleen met perfusie; een beademingsapparaat voorziet de donorlong van zuurstof. Door deze behandeling verdwijnt ook het vocht dat zich in de longblaasjes heeft opgehoopt. Een long die aanvankelijk niet aan de kwaliteitseisen van transplantatie voldoet, is na een tijdje op de Lung Assist wel geschikt.‘Het is voor mij een jongensboek’, zegt Van der Plaats. ‘Vijftien jaar geleden ben ik met niets mijn onderzoek in Groningen begonnen, en nu zie ik van dichtbij hoe deze technologie mensenlevens redt.’FinancieringDe geschiedenis van Organ Assist begon met de toekenning van een STW-financiering in het najaar van 1998. Dankzij die financiering konden twee promovendi, onder wie Van der Plaats, van start met onderzoek naar simulaties, testopstellingen en prototypen van orgaanperfusiesystemen. Het onderzoek vond plaats aan de Rijksuniversiteit Groningen, bij de vakgroep Biomedical Engineering onder leiding van hoogleraar Gerhard Rakhorst.De Liver Assist, het leverperfusieapparaat van Organ AssistHet doel van het onderzoek was de ontwikkeling van een systeem dat de kwaliteit van donorlevers behoudt en verbetert. De kwaliteit van een donororgaan bepaalt namelijk in grote mate de slagingskans van een transplantatie. Zodra het orgaan uit de donor wordt verwijderd, gaat de kwaliteit al achteruit. Eenmaal afgesneden van de bloedsomloop krijgt een orgaan geleidelijk een tekort aan zuurstof en voeding. De schade die dat oplevert, bepaalt hoe goed de stofwisseling na transplantatie nog op gang kan komen.Hoe meer het orgaan de omstandigheden van het lichaam ervaart, des te beter. Dat is het eenvoudige idee achter de perfusiesystemen. Daarnaast kunnen artsen zo de kwaliteit van het orgaan verbeteren door in de perfusievloeistof zuurstof, medicijnen en extra voedingsstoffen toe te voegen.KoelboxOp het moment dat Van der Plaats met zijn onderzoek begon, werden donororganen standaard bewaard in een zakje met vloeistof, die op zijn beurt weer in een koelbox gevuld met ijs kwam te liggen. Een systeem dat de weefselschade die daardoor optreedt weer herstelt, was nog niet beschikbaar. Andere onderzoekers hadden al wel eens nieren aangesloten op een perfusiepomp. Die experimenten lieten een verbetering zien van de houdbaarheid. Voor de lever bestond zoiets echter niet. De lever is een complexer orgaan: het is via twee afzonderlijke routes aan de bloedsomloop gekoppeld, het filtert bloed en produceert gal, enzymen en allerlei andere stoffen.Van der Plaats ontwikkelde en testte systemen met twee vloeistofpompen, zuurstofvoorziening, verwarmingselementen en sensoren voor vloeistofdruk. Door de levers van dieren te meten in dat soort proefopstellingen kon hij uiteindelijk de juiste specificaties voor de Liver Assist vinden. ‘Het belangrijkste resultaat van het STW-project is dat we het concrete eisenpakket voor een orgaanperfusiesysteem in kaart hadden gebracht. Die kennis en ervaring geeft ons nog steeds een voorsprong op de concurrentie.’OctrooiHet onderzoek en het prototype dat daaruit voortkwam, vormden in de zomer van 2003 de basis voor een octrooiaanvraag door STW. Het octrooi was van groot belang voor de startfase van Organ Assist, dat in 2005 door Rakhorst werd opgericht.‘Bij STW-projecten wordt altijd goed gekeken of er nieuwe toepassingen geoctrooieerd kunnen worden’, zegt Leon van de Laarschot, jurist bij STW. ‘Als je een bedrijf wilt beginnen, heb je geld nodig van investeerders. Die vragen altijd of je je technologie en business hebt beschermd. Een octrooi geeft die garantie, en was ook bij Organ Assist belangrijk om financiers aan boord te krijgen. STW heeft de octrooiaanvraag voorgefinancierd, en Organ Assist nam bij de oprichting het octrooi tegen een vergoeding over.’De apparatuur die Organ Assist verkoopt, wordt overigens niet meer gedekt door het octrooi. Het oorspronkelijke idee en het octrooi draaiden namelijk om perfusie met koude vloeistoffen, maar de praktijk van orgaanperfusie heeft zich inmiddels ontwikkeld richting warme perfusie.Van de Laarschot: ‘Dat de technologie niet door het octrooi wordt gedekt, is jammer voor STW, omdat we anders een royaltyvergoeding zouden ontvangen voor de verkochte apparaten. Dat zijn inkomsten die we direct weer in onderzoek kunnen investeren. Maar ook zonder royalty’s is het nog steeds mooi dat een wetenschapper met zijn onderzoek is meegegroeid in een nieuw bedrijf dat zorgt voor werkgelegenheid in de regio Groningen.’ Op dit moment heeft Organ Assist negen mensen in dienst, en zijn er wereldwijd ruim vijftig apparaten in gebruik bij transplantatie-afdelingen in ziekenhuizen.BewijsDe ontwikkeling van Organ Assist is verre van rechtlijnig geweest, aldus Van der Plaats. In tien jaar heeft het bedrijf veel bereikt, al was het lastiger dan verwacht om marktaandeel te winnen. Dat heeft alles te maken met acceptatie van nieuwe technologie. Een vaste plek veroveren in de medische praktijk vergt nu eenmaal een lange adem. Het bedrijf heeft die periode doorstaan met onderzoeksubsidies en kapitaal van aandeelhouders, waaronder de Rijksuniversiteit Groningen, het UMCG, een verzekeraar en een aantal investeringsmaatschappijen. De Kidney Assist was het eerste orgaanperfusieapparaat van Organ Assist. Foto: Pepijn van den BroekeAls je een nieuw medisch apparaat hebt dat goed werkt, en waarmee je veelbelovende resultaten kunt laten zien, ben je er nog lang niet, zegt van der Plaats. ‘De bestaande praktijk van orgaanvervoer op ijs werkt op zich goed. Iedereen is ermee bekend, van ziekenhuispersoneel tot verzekeraars die het vergoeden. Wij komen met een nieuw systeem dat een andere procedure vraagt, met wat meer getraind personeel. Daar komt bij dat er nog geen vergoeding is geregeld door zorgverzekeraars.’De medische praktijk vraagt daarnaast om hard bewijs in de vorm van klinisch onderzoek waaruit duidelijk blijkt dat de nieuwe aanpak voordelen biedt. Dergelijk bewijs lijkt eraan te komen. Begin dit jaar ging een groot Europees klinisch onderzoek van start waarin onderzoekers de uitkomsten van twee niertransplantatiemethoden vergelijken: direct na transport vanuit ijs, of na twee uur revitaliseren op de Kidney Assist, het nierperfusieapparaat van Organ Assist.Organ Assist heeft al laten zien dat het flexibel kan inspringen op ontwikkelingen in de markt. Aanvankelijk richtte het bedrijf zich op leverperfusie, maar de markt bleek rond 2005 nog niet rijp voor zo’n revolutionair apparaat. Bij niertransplantaties was al meer ervaring met perfusie, dus ontwikkelde men eerst de Kidney Assist. Van der Plaats: ‘Inmiddels zijn we weer geëvolueerd richting leverperfusie. Nu is de markt is er wel klaar voor. Ziekenhuizen trekken de Liver Assist bijna uit onze handen.’WereldnieuwsEind 2014 was het apparaat zelfs even wereldnieuws. De Britse patiënt Satpal Mahal kreeg toen in het Queen Elizabeth Hospital Birmingham een donorlever die met de Liver Assist was gerevitaliseerd. De donorlever had een reis van maar liefst zeven uur op ijs achter de rug, wat normaal gesproken te lang is. De lever zou volgens de standaardprocedures dan zijn afgekeurd en vernietigd. Maar na acht uur gekoppeld te zijn aan de Liver Assist was de donorlever zo verbeterd dat de transplantatie kon doorgaan. Elf dagen na de transplantatie kon de 46-jarige patiënt weer naar huis.‘Daar ligt de kracht van ons systeem’, zegt Kuizenga. ‘Het levert meer organen van betere kwaliteit, een grote kans op succes en daarmee kortere wachtlijsten voor orgaandonatie.’Overigens waren zowel Kuizenga als Van der Plaats niet aanwezig bij de operatie Birmingham. En dat is helemaal niet jammer, zegt Van der Plaats. ‘Als artsen het prima zonder ons kunnen, ook bij zo’n primeur, is dat alleen maar mooi.’-----Tekst: Arno van ’t HoogFotografie: Pepijn van den BroekeLees hier dit artikel in pdf-formaat. Dit artikel verschijnt binnenkort in Update, het relatiemagazine van STW. Update komt op 12 maart uit en is vanaf die datum gratis te dowloaden via deze website. Liever een papieren exemplaar? Stuur dan een e-mail naar redactie@stw.nl