STW.nl
De eerste ronde van Take-off TO2, een programma voor het stimuleren en ondersteunen van bedrijvigheid en ondernemerschap vanuit TO2-instellingen, is open voor aanvragen.
Bij vroeggeboren baby’s gaat de ademhaling nog met horten en stoten. Om de baby’s hierbij te helpen, ontwikkelden AMC-onderzoekers nieuwe apparatuur die de ademhaling beter in kaart brengt.  Nog maar dertig weken geleden verwekt en toch al 3,5 week oud. In een couveuse ligt het piepkleine, slechts 1,5 kilo zware baby’tje dat drie maanden te vroeg ter wereld kwam. De baby is gezond, maar het ademhalen gaat nog met horten en stoten. Daarom wordt de baby daar een handje bij geholpen. Uiterst voorzichtig plaatsen artsen drie plakkertjes op zijn buik die via draadjes verbonden zijn met meetapparatuur rond de couveuse. Met de plakkertjes brengen onderzoekers de ademhaling nauwkeuriger in kaart dan ooit. En in de toekomst zullen deze drie simpele plakkertjes misschien wel een heleboel vroeggeboren baby’s leren hoe ze moeten ademen. De drie plakkertjes zijn een eenvoudig, maar cruciaal onderdeel van een TTW-project waarin onderzoekers van het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam nieuwe meetapparatuur ontwikkelden om de ademhaling van vroeggeboren baby’s te registreren. Dergelijke apparatuur is nodig, omdat de ademhaling in het premature stadium vaak nog niet goed is ontwikkeld, zodat die regelmatig stokt. Om te overleven, krijgt de baby steun van apparatuur die extra zuurstof via de neus aanvoert.  MiddenrifMaar hoeveel steun is precies nodig? Dat is onbekend, omdat de huidige meetapparatuur slechts een globaal beeld geeft van de ademhaling. De nieuwe meetapparatuur moet de ademhaling een stuk gedetailleerder in kaart brengen. Waar de huidige methoden vooral gericht zijn op de beweging van de borst, meet de nieuwe apparatuur via de drie plakkertjes de activiteit van het middenrif, de belangrijkste ademhalingsspier.  De apparatuur wordt getest op vroeggeboren baby’s. Dat gebeurt als aanvulling op de huidige metingen, zodat de baby’s geen risico lopen als de nieuwe apparatuur minder goed werkt dan gedacht. Bovendien kunnen de onderzoekers op deze manier beide methoden rechtstreeks met elkaar vergelijken.  ApneuDe tot dusver behaalde resultaten zijn hoopgevend. Volgens onderzoeksleider Anton van Kaam, hoogleraar neonatologie aan het AMC, is het onderzoek op drie punten succesvol. ‘Ten eerste blijkt de nieuwe apparatuur de ademhaling net zo goed te registreren als de huidige methode’, zegt hij. ‘Ten tweede laat het onderzoek zien dat de nieuwe apparatuur kan meten hoeveel de spieractiviteit verandert als de hoeveelheid ademhalingssteun toe- of afneemt.’ Deze kwantitatieve meting van de spieractiviteit is cruciaal als je in de toekomst wilt bepalen hoeveel steun een baby precies nodig heeft.  Het derde positieve resultaat is dat de nieuwe apparatuur beter dan de huidige blijkt te bepalen wat er precies aan de hand is als de ademhaling stokt – een zogeheten apneu. Er zijn namelijk drie soorten apneus die kunnen optreden. Onderscheid maken daartussen is belangrijk als je wilt bepalen welke behandeling het beste is voor de baby. BeloftevolHoewel de apparatuur eerder al in onderzoek is gebruikt, is de toepassing bij vroeggeboren baby’s volledig nieuw. Wat de nieuwe methode vooral beloftevol maakt, is dat die de ademhalingsspier heel eenvoudig en risicoloos meet. Je kunt de activiteit van de spier ook via de slokdarm meten, maar dat vereist het inbrengen van een kostbare sonde via de neus naar de maag. Dat procedé is een stuk minder prettig en risicovoller dan drie simpele plakkertjes op de borst. Ondanks de hoopgevende resultaten wordt de nieuwe apparatuur nog niet in de praktijk gebruikt. Eerst zal promovendus Linda de Waal in het AMC vervolgonderzoek uitvoeren om er volledig zeker van te zijn dat de apparatuur geen tekortkomingen heeft. Ook is het zaak dat de apparatuur gebruiksvriendelijk wordt gemaakt. Het onderzoek heeft wel al op andere vlakken iets opgeleverd. Naar aanleiding van het project is het AMC verschillende samenwerkingsverbanden gestart met andere universitair-medisch centra. Ook heeft de nieuwe apparatuur zijn weg gevonden naar andere afdelingen binnen het AMC: de intensive care voor kinderen en de intensive care voor volwassenen. ProductNaast universiteiten zijn meerdere bedrijven volop betrokken bij de ontwikkeling van de nieuwe ademhalingsapparatuur. Technologieleverancier DEMCON heeft bijvoorbeeld plannen om er een product van te maken. Daarnaast heeft medische-technologiebedrijf Vyaire vanuit de VS een budget gekregen om vervolgonderzoek te financieren, zodat de apparatuur mogelijk in de toekomst in beademingstoestellen van het bedrijf benut kan worden. Ook Philips heeft al voorzichtige interesse getoond om de meettechniek van de ademhaling in hun toestellen te verwerken. En softwareontwikkelaar Applied Biosignals ziet volop kansen om nieuwe dataverwerkingsalgoritmen op het onderzoek los te laten. Weliswaar benadrukken al deze bedrijven dat ze het vervolgonderzoek eerst willen afwachten, maar het lijkt erop dat de drie plakkertjes hun weg naar de markt wel zullen vinden. Met als uiteindelijke doel dat baby’s die te vroeg ter wereld komen, de wereld nooit te vroeg hoeven te verlaten.  ===== Een bewerkte versie van dit artikel is verschenen in Impact, het relatiemagazine van NWO-domein Toegepaste en Technische Wetenschappen. Het volledige magazine is beschikbaar als pdf-bestand. Liever een gedrukt exemplaar? Stuur dan een e-mail naar a.tendelde@nwo.nl