STW.nl

U bent hier

Simon Stevin Meester 2003

De titel Simon Stevin Meester 2003 is verleend aan prof.dr. John Jansen.

Het belangrijkste thema van het werk van Jansen is wondgenezing rondom implantaten. Hij wil vooral weten hoe cellen en lichaams-
weefsels reageren op implantaatmaterialen
en hoe beschadigde weefsels op een zo natuurlijk mogelijke wijze kunnen herstellen.

In het Simon Stevin-onderzoek staat de ontwikkeling van een botcement op basis van calciumfosfaat centraal. Botweefsel is één van de meer toegepaste weefsels voor transplan-
tatiedoeleinden. Jaarlijks worden er wereldwijd meer dan een miljoen patiënten behandeld met dit weefsel. Vaak gebruiken artsen lichaams-
eigen weefsel. Het is echter moeilijk om dit materiaal de juiste vorm te geven. Bovendien
is er onvoldoende weefsel beschikbaar.

Polymeren
De groep van Jansen heeft als mogelijke oplossing een poreus calciumfosfaat cement ontwikkeld. Het cement is injecteerbaar in scheuren en gaten in botten. Als het materiaal is ingespoten in het bot kan het makkelijk een goede pasvorm aannemen. Ook versnelt het materiaal de botgenezing. Omdat het calcium-
fosfaat door het lichaam wordt opgenomen, kan het nieuw aangegroeide botweefsel op den duur de plaats van het opgenomen cement innemen.

In zijn Simon Stevin-onderzoek wil Jansen polymere microdeeltjes gaan insluiten in het cement om de vereiste porositeit te verkrijgen. Daarnaast bestudeert hij of het cement inderdaad aanzet tot aangroei van nieuwe botcellen. Tenslotte wil John Jansen proberen
om botgroeistimulerende middelen aan de polymere microdeeltjes toe te voegen. Hiermee kan het bot zichzelf nog sneller herstellen.

Implantaat
Het STW-verhaal van Jansen begon in 1986 met een percutaanimplantaat – een implantaat dat door de huid heen steekt – dat nu in gebruik is bij thuisdialyse van nierpatiënten. Dergelijke implantaten moeten lang blijven zitten en zonder problemen hun werking behouden. In het uiteindelijke ontwerp van Jansen wordt dit percutane implantaat met
een titaniumgaasje in de buikwand verankerd.

Via het implantaat kan de dialysevloeistof in de buikholte worden gebracht en weer worden weggespoeld. Het implantaat is geoctrooieerd en de rechten zijn verkocht aan de Belgische firma Bekaert. Dit is een leverancier van titaniumgaas.

Jansen past het implantaat ook toe in zijn onderzoek naar een implanteerbare en betrouw-
bare glucosesensor voor diabetespatiënten. Het implantaat biedt rechtstreeks toegang tot lichaamsvocht en maakt het mogelijk om een dergelijke sensor onder klinische omstandig-
heden te testen.

Calciumfosfaat
Verder doet Jansen onderzoek naar de mogelijkheid om met calciumfosfaat materialen te gebruiken voor de vervanging en het herstel van botweefsel. Hij ontwikkelt nieuwe technieken om dit materiaal als een deklaag op tand- en heupimplantaten aan te brengen. Zeer recent is ook voor een nieuwe deklaagtechniek een octrooi aangevraagd.

De calciumfosfaatcoating wordt tevens gebruikt in Jansens onderzoek naar materialen voor het opvullen van grote botdefecten. In dit onderzoek werkt Jansen samen met Duitse, Zweedse en Nederlandse bedrijven en met diverse andere universitaire onderzoeksgroepen.

Onorthodox
Jansen schuwt onorthodoxe werkwijzen niet. Zo onderzoekt hij met steun van STW of het mogelijk is om een laagje DNA gekoppeld aan vet aan te brengen op implantaten zoals een kunstheup of een kunsttand. Een dergelijk DNA-lipidelaagje is afbreekbaar, niet giftig en roept geen afweerreactie van het lichaam op.

Of het lukt om zo'n laagje aan te brengen is de vraag. De beoordelaars van Technologie-
stichting STW vonden het idee echter zo uitdagend dat zij er in een ander project geld voor beschikbaar stelden.