STW.nl

U bent hier

Bedrijfsleven en STW investeren 24 miljoen in multidisciplinaire technologie

Bedrijfsleven en STW investeren 24 miljoen in multidisciplinaire technologie

3 december 2013

Technologiestichting STW gaat samen met het bedrijfsleven investeren in vijf nieuwe onderzoeksprogramma’s voor innovatieve technologieën binnen verschillende disciplines. STW stelt hiervoor 14,5 miljoen euro beschikbaar. Daarnaast komt er 9,5 miljoen euro uit het bedrijfsleven, waarvan een recordbedrag van 5,3 miljoen euro aan geldelijke bijdrage. Niet eerder haalde STW een dergelijk bedrag binnen vanuit de gebruikerskant.

“Het bedrijfsleven investeert met dit bedrag fors in deze onderzoeksprogramma’s. Blijkbaar sluit dit instrument perfect aan bij hun wensen en is het één van de best practices om tot goede publiek-private samenwerking te komen. Bij de helft van de projecten zijn MKB'ers betrokken en cofinancier. Het vertrouwen in ons instrument komt ook van andere partijen. Zo heeft de Topsector Energie zich voor 2 miljoen euro gecommitteerd aan de nieuwe ronde. Maar liefst 40 consortia hebben hun innovatieve plannen inmiddels alweer aangemeld voor de ronde 2013/2014” aldus STW-coördinator Cor de Boer.

De gehonoreerde programma’s hebben uiteenlopende thema’s. Op het gebied van biomechanica wordt er onderzoek gestart naar zelf-aanpassende hulpmiddelen voor mensen met bijvoorbeeld een spierziekte.  Het tweede programma heeft als doel veelbelovende biomarkers te ontwikkelen en te valideren, waarmee artsen bijvoorbeeld een vroeg stadium van ziektes als Diabetes en Alzheimer kunnen aantonen. Het monitoren en reduceren van overstromingsgevaar van rivieren en het exporteren van Nederlandse kennis op dit gebied staat centraal in het derde programma. De belangrijkste doelstelling van het zogeheten MEMPHIS-programma is het samenbrengen van de verschillende sectoren waarin micro- & nanofotonics (de wisselwerking tussen licht en elektronen) worden gebruikt. Elementen die licht in stroom omzetten of vice versa bevinden zich onder meer in beeldschermen, infraroodcamera’s en lasers. Het vijfde programma wil een groene en duurzame manier van gewasbescherming ontwikkelen, zodat plaaginsecten ook in de toekomst aangepakt kunnen blijven worden.

Bij de programma’s zijn in totaal 35 onderzoeksgroepen betrokken bij 11 Nederlandse universiteiten, 5 universitaire medische centra en één onderzoeksinstituut. Op de projecten binnen de programma’s zullen bij elkaar zo’n 75 onderzoekers en technici aangesteld worden. Een groot aantal partijen is potentieel gebruiker van de uitkomsten van het onderzoek: 6 kennisinstellingen, 70 bedrijven en 25 andere organisaties. De programma’s hebben een looptijd van zes jaar en een omvang van ruim 3  tot bijna 7 miljoen euro.

Over STW en STW-Perspectief voor de Topsectoren

De programma’s maken onderdeel uit van het financieringsinstrument “STW - Perspectief voor de Topsectoren”. Technologiestichting STW financiert excellent technisch-wetenschappelijk onderzoek, dat uitzicht biedt op toepassing. Elk jaar heeft STW een apart budget beschikbaar voor Perspectiefprogramma’s. Karakteristieken van deze programma’s zijn het ontwikkelen van nieuwe technologie via een multidisciplinaire aanpak, samenwerking met dan wel medefinanciering door private partijen en specifieke activiteiten gericht op valorisatie en ondernemerschap. Het resultaat moet zijn dat STW-Perspectief bijdraagt aan het oplossen van knelpunten in de innovatie en in de samenleving. De financiering komt van het ministerie van Economische Zaken. De Perspectiefprogramma’s zijn onderdeel van de bijdrage van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) aan de topsectoren.

Voor de redactie: 

Meer informatie bij dr. Cor de Boer (coördinator STW-Perspectief), c.deboer@stw.nl, t 030 – 6001 277 en Erwin Woord (communicatie en public affairs), e.woord@stw.nl, t 030 – 6001 288.

 

De goedgekeurde nieuwe programma’s

Symbionics: Co-adaptive Assistive Devices

Programmaleider is prof.dr.ir. H.F.J.M. Koopman (Universiteit Twente). Samenwerking van Universiteit Twente, TU Delft, Vrije Universiteit, Radboud Universiteit, UMC Groningen, Maastricht UMC, drie kennisinstituten, twaalf bedrijven en zes  andere organisaties.

Steeds meer mensen met een lichamelijke beperking vertrouwen in het dagelijks leven op ondersteuning via een hulpmiddel; een zogenaamd “assistive device”. Dergelijke hulpmiddelen verbeteren de mogelijkheden om functioneel te blijven bewegen, ook als er door bijvoorbeeld een spierziekte minder spierkracht is. De traditionele mechanismes zijn statisch en passen zich niet aan de omgeving of een specifieke taak aan. Doel van dit programma is om mechanismes te ontwikkelen, die zich automatisch aanpassen aan de (wisselende) eigenschappen en wensen van de gebruiker. Dit wordt gerealiseerd door slimme ontwerpen te combineren met regelsystemen, die zichtzelf kunnen aanpassen.  De patiënt of gebruiker kan hierdoor beter omgaan met veranderingen, zoals bij het verergeren van de ziekte, veranderende omgevingen (bij wandelen op een andere ondergrond) of wijzigingen van taken, wat het onafhankelijke functioneren ten goede komt.    

De armondersteuning met gewichtscompensatie zorgt ervoor dat de patiënt de arm met minimale krachtsinspanning omhoog kan houden

 

Biomarker Development Center (Biomarker-DC)

Programmaleider is prof.dr. R.P.H. Bischoff (Rijksuniversiteit Groningen). Samenwerking van Rijksuniversiteit Groningen, Erasmus MC, UMC Radboud, UMC Groningen, elf bedrijven en zes  andere organisaties.

Het programma Biomarker Development Center heeft als missie potentiële biomarkers verder te onderzoeken en geschikt te maken voor grootschalige toepassing. Biomarkers  zijn stoffen die worden gebruikt om een bepaalde biologische toestand te markeren en zo een medische aandoening te herkennen. Door onderzoek zijn er op dit moment veel kandidaatbiomarkers ontdekt maar velen van deze vergen verder klinisch onderzoek. Om dit onderzoek te stimuleren en te vereenvoudigen worden er in dit programma specifieke, ultragevoelige analytische methodes ontwikkeld. Deze richten zich op de gebieden binnen drie grote ziektes: COPD (chronisch obstructieve longziekte), Alzheimer en Type II Diabetes. Om optimaal gebruik te maken van de expertise en bevindingen van de verschillende analytische laboratoria en klinische centra wordt er een zogeheten open innovatienetwerk gevormd; het Biomarker Development Center. Veelbelovende biomarkers worden hier gevalideerd in een nauwe samenwerking met meerdere universitair medische centra met als doel robuuste biomarker voor deze ziektes verder tot klinische tests te ontwikkelen.

Het plaatje is een schema van een data plot, zoals die uit een biomarker project komt. De pieken zijn signalen, die van de metingen afkomstig zijn. Veranderingen in de intensiteit van deze signalen geeft een indicatie dat een bepaalt molecuul in concentratie verandert, bijvoorbeeld als gevolg van een ziekte. Hier begint de biomarker validatie, het hoofdtopic van het BDC

 

RiverCare: towards self-sustaining multifunctional rivers

Programmaleider is prof.dr. S.J.M.H. Hulscher (Universiteit Twente). Samenwerking van Universiteit Twente, Universiteit Utrecht, Radboud Universiteit, TU Delft, Wageningen Universiteit, drie kennisinstituten, acht bedrijven en negen  andere organisaties.

De loop van een groot aantal Nederlandse rivieren wordt de komende jaren flink aangepakt om veel water veilig af te kunnen voeren naar zee en om natuur te ontwikkelen.  Maar nog onbekend is hoe de bodem, oevers en uiterwaarden zich ontwikkelen na deze aanpassingen. RiverCare gaat meten wat die veranderingen zijn om te kunnen voorspellen wat de effecten op langere termijn zijn, zowel fysisch als biologisch. Als dit bekend is kunnen rivieren gericht onderhouden worden. De opgedane kennis wordt ook gebruikt  als typisch Nederlands exportproduct: rivierbeheer voor laaglandrivieren. Wereldwijd stijgt namelijk de overlast door overstromingen van rivieren. Nederlandse bedrijven worden vaak ingeroepen om te helpen bij het oplossen en voorkomen hiervan. Binnen Nederland  lopen programma RiverCare: towards self-sustaining multifunctionele rivers bundelt de krachten.

De Waal bij Nijmegen krijgt een bypass om meer water af te kunnen voeren

 

Merging Electronics and Micro & nano Photonics in Integrated Systems: MemphisII

Programmaleider is prof.dr.ir. M.K. Smit (Technische Universiteit Eindhoven). Samenwerking van Technische Universiteit Eindhoven TU Delft, Universitiet Twente, AMC, Erasmus MC, ASTRON, negenentwintig bedrijven en twee andere organisaties.

Micro & Nano fotonica houden zich bezig met de wisselwerking tussen licht (fotonen) en elektronen (elektronica). Het gaat om elementen die elektrische stroom omzetten in licht (lichtbron) en elementen die licht omzetten in elektrische stroom (lichtdetector). Praktische toepassingen van fotonica bevinden zich in heel veel sectoren, zoals  ICT, gezondheid, high tech systemen, agro, water, veiligheid, en energie.  Denk hierbij aan beeldschermen voor computers, webcams, lasers om cd en dvd schijven te lezen en te schrijven, halfgeleiderlasers of leds en diodes voor communicatie over optische vezels, camera's voor bewaking, nachtzichttoestellen, optische systemen om wapens te richten infraroodkijker en nog veel meer.

Onderzoek en ontwikkeling richt zich momenteel vooral op  elk afzonderlijk toepassingsgebied. Het programma Memphis: Merging Electronics and Micro & nano Photonics in Integrated systems wil grensoverschrijdend te werk gaan. Door de ontwikkeling van gemeenschappelijke basisbouwstenen in  fotonische en elektronische technologie te verenigen in een Memphis platform kunnen er nieuwe systemen ontwikkeld worden die in verschillende sectoren toepasbaar zijn. Met deze aanpak zijn deze sneller en goedkoper te standaardiseren, herbruikbaar en is er schaalvoordeel. De basisblokken bestaan uit ontwerp, verpakking en materialen, unieke processen en machines.

Toepassingen van fotonische technologie in radio astronomie en satellite communication

 

Green defence Against Pests (GAP)

Programmaleider is prof.dr. M.A. Haring (Universiteit van Amsterdam). Samenwerking van Universiteit van Amsterdam, Wageningen Universiteit, Radboud Universiteit, Universiteit Utrecht, Universiteit Leiden, tien bedrijven en twee andere organisaties.

Het programma Green defence Against Pests (GAP) richt zich op het ontwikkelen van duurzame en milieuvriendelijke gewasbescherming. Jaarlijks gaat  15 tot 20 procent van de oogst groente- en siergewassen verloren door insectenschade en virussen, ondanks chemische gewasbeschermingsmiddelen. Door regelgeving en milieu-eisen mogen in 2020 deze middelen niet mee gebruikt worden en staat de sector voor de uitdaging om de productie van hun gewassen toch te waarborgen. GAP kijkt hiervoor naar twee thema’s. Ten eerste op de interactie tussen afweerstoffen, de plaag-insect en biologische bestrijding. Daartoe zullen onderzoekers nieuwe afweermechanismen zoeken in wilde paprika- en tomatensoorten. Voor chrysanten wordt gezocht naar plantenextracten die tijdens de groei de plaaginsecten kunnen weghouden. en tweede (of De tweede reeks onderzoeken richt zich op het helpen van planten om plaag-insecten te kunnen herkennen zodat ze zich snel kunnen verdedigen.

Op dit tomatenblad staan lange en korte klierharen die de plant kan gebruiken om plaaginsecten zoals de witte vlieg (links) en de spintmijt (rechts) af te weren. Daarbij kan de plant geholpen worden door roofmijten (midden), die op de larven jagen. Biologische bestrijding die is afgestemd op de natuurlijke afweer van planten moet leiden tot een duurzame bescherming van groente- en siergewassen.
 

Contactpersoon  
Foto's