STW.nl

U bent hier

Financiering voor innovatieve starters

Onderzoekers die kennis uit hun onderzoek willen toepassen en naar de markt brengen, kunnen bij NWO financiering aanvragen om dat idee verder te ontwikkelen. NWO heeft daarvoor drie mogelijkheden: Take-off Fase 1, Take-off Fase 2 en Demonstrator.
 

 
Take-off
Met het programma Take-off stimuleert NWO bedrijvigheid en ondernemerschap vanuit de Nederlandse universiteiten en andere onderzoeksinstellingen. Door vanuit Take-off subsidies en leningen te verstrekken moedigt NWO wetenschappers aan om hun innovatie-ideeën verder te ontwikkelen. Dat kan gaan om innovatie in de breedste zin van het woord, binnen alle wetenschapsgebieden (bèta/techniek, life sciences en alfa/gamma).
 
Het budget van Take-off wordt beschikbaar gesteld door het Ministerie van Economische Zaken en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
 
Take-off fase 1: haalbaarheidsstudie
Wetenschappers die willen onderzoeken of het haalbaar is om een innovatief onderzoeksresultaat commercieel toe te passen, kunnen een subsidie aanvragen in Take-off fase 1. Het maximale subsidiebedrag voor het uitvoeren van zo'n haalbaarheidsstudie is 40.000 euro. Ook onderzoekers die zijn verbonden aan hbo- en TO2-instellingen kunnen een subsidieaanvraag indienen.
 
Kenmerken Take-off fase 1:
  • Subsidie voor het opzetten van een haalbaarheidsstudie
  • Maximaal subsidiebedrag 40.000 euro
 
 
Take-off fase 2: vroegefasetraject
Innovatieve starters kunnen een lening aanvragen om hun nieuwe bedrijf verder te ontwikkelen, bijvoorbeeld om meer financiering van externe partijen aan te trekken. De lening van maximaal 250.000 euro is beschikbaar voor onderzoekers die zijn verbonden aan academische instellingen, hbo's en TO2-instellingen. 
 
Kenmerken Take-off fase 2:
  • Lening voor het doorontwikkelen van een start-up
  • Maximale lening 250.000 euro
 
Neem voor meer informatie contact op met Xavier Weenink, coördinator van het programma Take-off.
 

 
Demonstrator
Met subsidie uit het programma Demonstrator krijgen wetenschappers de kans om resultaten uit hun onderzoek gereed te maken voor de markt. Ze kunnen dankzij de financiering een demonstratiemodel ontwikkelen om aan te tonen dat de technologie die ze hebben ontwikkeld goed werkt. Het demonstratiemodel kan vervolgens helpen om de interesse te wekken van bedrijven die in de techniek kunnen investeren.
 
Het Demonstrator-programma biedt een uitweg voor het kip-en-ei-probleem waar veel onderzoekers tegenaan lopen. Onderzoekers willen graag bedrijven betrekken bij de ontwikkeling van technologie naar een product. Maar voordat bedrijven investeren, willen ze vaak eerst een demonstratiemodel zien. Het ontbreekt veel onderzoekers echter aan financiële middelen om zo’n model te ontwikkelen, omdat ze nog geen investering binnen hebben.
 
Neem voor meer informatie contact op met Monique Wiegel, coördinator van het programma Demonstrator.