STW.nl

U bent hier

Licht in de duisternis voor blinden

Licht in de duisternis voor blinden

27 februari 2018

Blinden die weer licht kunnen waarnemen en zelfs vormen kunnen herkennen – volgens onderzoekers in TTW-programma NESTOR is dit scenario over een paar jaar werkelijkheid. Een revolutionair implantaat in de hersenschors dat verbonden is aan een camera moet blinden een deel van hun zicht terug geven.

Programmaleider prof.dr. Pieter Roelfsema van het Nederlands Herseninstituut werkt in Perspectief-programma NESTOR aan een implantaat dat in de hersenschors van blinden wordt geplaatst. Micro-elektrodes die verbonden zijn aan het implantaat, een computertje en een camera op een bril doen het werk. Zij zetten de beelden van de camera om in signalen die draadloos naar de hersenen worden gestuurd. Deze signalen vormen lichtpuntjes, vergelijkbaar met pixels of punten op een matrixbord, die samen een vereenvoudigd beeld vormen van wat de camera ziet. 

Een bestaand systeem, dat bij drie Nederlandse blinden is geïmplanteerd, werkt met een netvlieschip. Deze chip werkt alleen als het netvlies nog werkt, en biedt zo’n 60 lichtpunten. Het systeem dat Roelfsema ontwikkelt ligt dieper in de hersenen, en biedt ook mogelijkheden voor blinden waarvan het netvlies niet meer werkt. Bovendien biedt deze chip een vele malen hogere resolutie dan de bestaande chip: het streven is om 1000 pixels of meer te realiseren.

Consortium
In het Perspectief-programma NEuronal STimulation fOr Recovery of function (NESTOR) werkt een consortium van onder andere neurobiologen en ingenieurs gespecialiseerd in micro-elektronica en draadloze apparaten samen aan vier onderzoeksdoelen: een optimaal ontwerp van het implantaat, methoden om deze prothese draadloos van stroom te voorzien, manieren van dataoverdracht en algoritmen die met zo weinig mogelijk rekenkracht zoveel mogelijk informatie uit de camerabeelden kunnen opzetten in nuttige signalen voor de hersenen. Het totale programma staat onder leiding van Pieter Roelfsema.

Ambitie
De ambitie van het onderzoeksconsortium is om over vijf jaar de technologie in patiënten te kunnen implanteren. De 1000 pixels of meer, hoewel in zwart-wit, vormen beelden die goed genoeg zijn om letters te kunnen lezen, of zelfs emoties op een gezicht mee te herkennen. Ter vergelijking: een niet-blinde vormt beelden met ongeveer een miljoen pixels. Bovendien wordt de software in het computertje zo ontwikkeld dat alleen de relevante zaken zichtbaar worden voor de patiënt, legt Roelfsema uit in het AD.

Tests
Voor er een implantaat in een mens geplaatst kan worden, zijn er uitvoerige testen nodig. Op het moment testen de onderzoekers zo’n hersenchip op een resusaap, waarbij de elektronica aan de buitenkant van zijn hoofd uitsteekt. ‘Het klinkt raar, maar dit is nog een van de lastigste dingen, dat gepriegel met al die contactpuntjes en draden,’ zegt Roelfsema in een uitgebreide reportage van Volkskrant magazine. De chip die uiteindelijk in mensen zal worden geïmplanteerd wordt draadloos, en moet jarenlang, het liefst een leven lang, meegaan.

-----------------------------------------------------

Media-aandacht
Er is veel aandacht voor het baanbrekende onderzoek in de media. Het AD en het Parool werpen naast een blik op de toekomst ook een blik op het buitenlandse pionieronderzoek voorafgaand aan dat van programmaleider Pieter Roelfsema. Een uitgebreide reportage in Volkskrant magazine (niet openbaar) beschrijft welk verschil het nieuwe implantaat kan maken in het leven van een blinde, ook in vergelijk met bestaande technieken. Op NPO Radio 1 en zelfs bij Edwin Evers op Radio 538 werd Roelfsema geïnterviewd over het onderzoek en de ambities van het onderzoekprogramma.

Contactpersoon