STW.nl

U bent hier

Simon Stevin Meester 1999

De titel Simon Stevin Meester 1999 is toegekend aan prof.dr.ir. Gerard Meijer en prof.dr. Jacques van Boom.

Gerard Meijer
Prof.dr.ir. Gerard Meijer kreeg de Simon Stevin Meester-prijs voor zijn onderzoek naar sensoren en zijn verdiensten voor de praktische toepas-singen van zijn onderzoeksresultaten. Er is veel interesse in sensor technologie in Nederland en er zijn ook een aantal uitstekende specialisten op dit terrein. Gerard Meijer is een van deze opvallende experts.

Om benoemd te worden tot Simon Stevin Meester is het niet genoeg om een goede onderzoeker te zijn. Als onderzoeker moet je uitmuntend zijn en gebruik kunnen maken van een ‘superteam’. Meijer beschikt daarover en is er toe in staat om een vooraanstaand onder-
zoeksterrein op te zetten op het gebied van sensoren en sensorsystemen. Daarbij heeft hij een uitermate goede visie op wat de  praktijk nodig heeft. Het STW-bestuur benadrukt dat Meijer door de vele STW-projecten en de grote mate van toepasbaarheid van zijn onderzoeks-
resultaten de eretitel meer dan verdiend heeft.

Met het geldbedrag dat verbonden is aan de eretitel wil Meijer ‘iets leuks maken’. Hij legt in zijn sensoronderzoek een verband tussen technisch-wetenschappelijk onderzoek en benutting van de resultaten in de kunst. Wereldwijd gebeurt dit onderzoek vrij geïsoleerd. Meijer legde daarom contact met onderzoeksgroepen in Brazilië (gebaren en geluidseffecten), Canada (dans en muziek) en Bulgarije (schilderijen), die ‘blij verrast’ waren met de inzet van de laureaat.

Meijer: ‘Ik wil iets doen waar de mensen plezier aan kunnen beleven. Bijvoorbeeld met sensorsystemen meer plezier beleven aan het maken van kunstuitingen als schilderijen en muziekstukken.’ Meijer is een expert op het gebied van sensoren en sensorsystemen en weet hierin een goede inschatting te maken van de industriële behoeften. Vooral zogenaamde capacitieve sensoren hebben zijn belangstelling. Daarnaast heeft hij ook veel deskundigheid op het gebied van analoge elektronica en lowpower-elektronica.

Samen met de andere medewerkers van het laboratorium voor Elektronische Instrumentatie van de Technische Universiteit Delft, dat onder leiding staat van prof.dr.ir. P.J. French, werkt Meijer aan de ontwikkeling van snellere, betrouwbaarder en goedkopere sensoren. Speciale aandacht daarbij heeft het verbeteren van de interface tussen de sensor en de computer.

Meijer werkt nauw samen met andere groepen binnen DIMES, de Delftse onderzoeksschool op het gebied van micro-elektronica, waar ook het laboratorium voor Elektronische Instrumentatie deel van uitmaakt. Vooral producenten van sensoren en bedrijven die sensoren inbouwen in hun producten zijn nauw betrokken bij het onderzoek van Meijer. Met de ontwikkeling van een nieuw type temperatuursensor heeft hij aan de basis gestaan van het bedrijf Smartec.

Samen met Unilever is een systeem ontwikkeld om de versheid van zuivelproducten te meten. De groei van bacteriën veroorzaakt een kleine stijging van de temperatuur die met een gevoelige temperatuursensor kan worden geregistreerd. Het bedrijf Enraf (inmiddels overgenomen door Honeywell) uit Delft bracht een capacitieve vloeistofniveaumeter op de markt die mede door Meijer is ontwikkeld.

Een ander voorbeeld van Meijers werk is de ontwikkeling van sensoren die bestand zijn tegen de hoge druk en temperatuur in boorputten van gas- en oliebronnen. De bedrijven Shell en Expro maken dankbaar gebruik van de resultaten van dit onderzoek. Zelf heeft Meijer een adviesbureau op het gebied van sensorsystemen, SensArt, waarmee hij voornamelijk de ruimtevaartindustrie bijstaat.
 

Jacques van Boom
Prof.dr. J.H. van Boom werd benoemd tot Simon Stevin Meester vanwege zijn succesvolle fundamentele en toepassingsgericht werk op het gebied van biologisch actieve moleculen, zoals DNA en suikers. Zijn werk kenmerkte zich niet alleen door wetenschappelijke topkwaliteit maar ook door een hoge mate van utilisatie. De groep van professor Van Boom leverde belang-
rijke bijdragen aan de geautomatiseerde synthese van DNA-fragmenten. Drs. L.J. Halvers, voormalig directeur van Technologie-stichting STW sprak deze lovende woorden over Van Boom tijdens de uitreiking van de Simon Stevin Meestertitel in 1999.

Internationale samenwerkingen leidden tot de ontdekking van Z-DNA, samen met prof. A. Rich (MIT). Een patent op fosforyleringstechnieken (het Van Boom-reagens) illustreerde het succes. Daarnaast werd samen met het RIVM een synthetisch vaccin tegen het haemophilis influenza type 6 ontwikkeld en kwamen met Intervet methoden ter bestrijding van schimmels tot stand. Met Organon werkte de groep van Van Boom aan fucosyltransferase remmers.

Van Boom heeft het prijzengeld van het Simon Stevin Meesterschap besteed aan onderzoek met toepassingsmogelijkheden binnen de farmaceutische industrie. Bijzondere aandacht ging daarbij uit naar de suikerchemie. Een van de projecten onderzocht veranderingen in goedkope suikerbouwstenen in zogenoemde combinatoriële ‘scaffolds’. Deze scaffolds zijn zodanig ontworpen dat zij kunnen worden voorzien van verschillende farmacoforen, waardoor bibliotheken van verbindingen toegankelijk worden, die op biologische activiteit kunnen worden getest.

In een ander project werd onderzoek gedaan naar de synthese van glucosamineglycanen, een familie van polysacchariden waartoe ook heparine behoort. Het onderzoek naar deze synthetisch uitdagende structuren richtte zich op het ontwikkelen van effectievere glycosyleringsstrategiën. Er werden nieuwe chemoselectieve en 1-pots-synthesestrategiën ontwikkeld, die het aantal beschermende groepmanipulaties en het aantal zuiveringen reduceerden. Dit is de basis van het huidige onderzoek naar de ontwikkeling van belangrijke koolhydraatstructuren, zoals alginaten en zwitterionische oligosacchariden en conjugaten daarvan.

Prof.dr. Van Boom overleed op 31 juli 2004 na een kortstondige ziekte op 67-jarige leeftijd in zijn woonplaats Oegstgeest. Hij was het grootste deel van zijn actieve carrière hoogleraar in de Bio-organische Chemie aan het Leids Instituut voor Chemisch onderzoek; velen zagen hem als een van de invloedrijkste Nederlandse chemici van de laatste 25 jaar.

Van Boom was een succesvol onderzoeker op het gebied van biologische actieve moleculen, zoals DNA en suikers. Van Boom studeerde scheikunde in Utrecht. Na zijn promotie (cum laude) verbleef hij enige tijd in het Engelse Cambridge. Vanaf de jaren zeventig betrad hij als wetenschappelijk medewerker de universiteit van Leiden, waar hij in 1978 werd benoemd tot hoogleraar Organische scheikunde, en een onderzoeksgroep opzette op het gebied van nucleïnezuren (DNA, RNA).

Van Boom was een gewaardeerd docent en was met meer dan 750 publicaties en ruim 60  promoties een gewaardeerd adviseur van chemische bedrijven in Nederland. In 1975 ontving hij de Gouden Medaille van de Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging (KNCV). In 1980 werd hij gekozen tot lid van de KNAW. In 1985 kreeg hij de Koninklijke Shell-prijs toegekend. In 2000 werd hij gelauwerd met de Akzo-Nobelprijs. Van Boom straalde zijn hele leven enthousiasme, werkkracht en ambitie uit. Dit combineerde hij met een eigenzinnige humor en realisme. Zijn college ‘synthetisch organische chemie’ groeide uit tot het populairste vak binnen de opleiding scheikunde. Daarnaast zette hij, als pensioensgerech-
tigde, een geheel nieuw inleidend college scheikunde op voor het nieuwe Leids-Delftse studieprogramma Life Science and Technology.